Dankzij een krachtige financiële injectie komt er opnieuw meer zorggarantie voor meer personen met een handicap. Voor wie de kloof het grootst is tussen wat hij krijgt en wat hij werkelijk nodig heeft, wordt prioritair zorggarantie geboden. De Vlaamse Regering legde bij het begin van de legislatuur, in 2014, een nooit gezien meerjarenbudget voor de ondersteuning van personen met een handicap op tafel. Op 5 jaar tijd komt er meer dan 330 miljoen euro bij. Met de ruim 100 miljoen euro die in 2019 bijkomend wordt geïnvesteerd komt de Vlaamse Regering haar belofte na.

Met meer zorggarantie naar betere levenskwaliteit
De weg naar meer zorggarantie is effectief ingeslagen: de middelen gaan naar de meest prioritaire vraagstellers. De eerste jaarhelft van 2018 kregen 868 personen een persoonsvolgend budget ter beschikking gesteld. Een grote meerderheid van wie nog wacht op een persoonsvolgend budget heeft intussen ook al een andere vorm van ondersteuning. In tegenstelling tot de alles-of-niets-situatie voor de start van de persoonsvolgende financiering (wel of geen plaats in een voorziening), beschikken mensen nu al bij een vermoeden van handicap over beduidend meer mogelijkheden om toegang te hebben tot al dan niet gespecialiseerde ondersteuning (via een zorgbudget, rechtstreeks toegankelijke hulp of een dienst ondersteuningsplan).

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Met de 100 miljoen euro extra die we in 2019 zullen inzetten, volgen we dezelfde weg. Ze zullen in de eerste plaats worden aangewend om meer persoonsvolgende budgetten voor meerderjarigen én persoonlijke assistentiebudgetten voor minderjarigen ter beschikking te stellen, daar waar de kloof tussen wat iemand krijgt en werkelijk nodig heeft, het diepst is. Voor wie nog geen persoonsvolgende financiering vrijgemaakt kan worden, maken we met deze uitbreiding wel alvast middelen vrij om hen een zorgbudget uit de Vlaamse sociale bescherming te bezorgen. Belangrijk is ook dat we het aanbod van de rechtstreeks toegankelijke hulp verder uitbreiden, zodat ook daar nog meer mensen terecht kunnen.”

100 miljoen extra kredieten in de begroting
Er worden 100 miljoen euro extra kredieten in de begroting ingeschreven. Samen met een efficiënte herinzet van de middelen die vrijkomen door uitstroom en een optimale aanwending van de reeds beschikbare middelen, kan zo een grote inspanning geleverd worden voor zowel minder- als meerderjarigen en zowel in de rechtstreeks als in de niet rechtstreeks toegankelijke hulp.

Meer rechtstreekse hulp en voor meer personen met een handicap recht op zorgbudget
Om de zorggarantie verder te realiseren wordt het budget van de rechtstreeks toegankelijke hulp met 6 miljoen euro opgetrokken, om meer mensen die geen persoonsvolgend budget ontvangen, te ondersteunen en wordt 4 miljoen euro extra uitgetrokken voor het zorgbudget uit de Vlaamse Sociale bescherming. De mensen die op 31 december 2017 in de hoogste prioriteitengroepen geregistreerd zijn en die nog geen persoonsvolgend budget ontvangen krijgen hiermee een zorgbudget toegekend. Een recente wetenschappelijke bevraging liet voor het zorgbudget voor personen met een handicap (voorheen basisondersteuningsbudget of BOB) bij de doelgroep een grote tevredenheidscore optekenen.

De andere middelen worden samen met de middelen die door de uitstroom van gebruikers uit de sector beschikbaar worden ingezet voor budgetten die rechtstreeks worden toegekend aan personen met een handicap waarmee zij zorg kunnen inkopen. Er worden in 2019 voor minstens 100 miljoen euro persoonsvolgende budgetten voor meerderjarigen én voor 12 miljoen euro persoonlijke assistentiebudgetten voor minderjarigen toegekend. De doorstroom van de oudste jongvolwassenen uit de minderjarigenzorg naar het PVB maakt in 2019 bovendien een nieuwe instroom in de MFC’s ter waarde van meer dan 28 miljoen euro mogelijk.

Extra personeel voor opvang jongeren met complexe zorgvraag
Ten slotte worden op basis van de afspraken met de sociale partners in het sociaal akkoord (VIA 5) 7,5 miljoen euro kredieten toegevoegd om de personeelsinzet te versterken, onder andere als antwoord op de gewijzigde en complexe zorgvraag van kinderen en jongeren. Tegelijk worden ook de investeringen in infrastructuur voor minderjarigen verder gezet alsook de uitrol van het infrastructuur forfait voor meerderjarigen (6 miljoen euro).

100 miljoen voor Persoonsvolgende budgetten (PVB)
Dankzij de extra kredieten en de vrijkomende middelen door uitstroom kan in 2019 een bedrag van 100 miljoen euro ingezet worden voor PVB’s. Met deze 100 miljoen euro kunnen op basis van de huidige prognoses meer dan 2.800 vragen naar PVB’s worden ingevuld. In totaal zullen sinds de start van de persoonsvolgende financiering meer dan 7.000 budgetten (of verhogingen van budgetten) toegekend zijn, samen voor een budget van 250 miljoen euro. Op 1 januari 2017 zijn voor 925 miljoen euro budgetten omgezet in een PVB. Door deze transitie wordt een budget op eigen maat voorzien, waarmee personen met een handicap vervolgens zelf kunnen beslissen waar en hoe ze hun ondersteuning organiseren.

De bijkomende budgetten worden ingezet voor wie de kloof het grootst is tussen wat hij krijgt en wat hij werkelijk nodig heeft. Voor heel wat meerderjarigen wordt in 2019 het principe van zorggarantie waargemaakt.
Met een bedrag van 69,6 miljoen euro worden onmiddellijk persoonsvolgende budgetten ter beschikking gesteld aan personen in volgende situaties:

  1. Gebruikers die na de omschakeling van het oude naar het nieuwe systeem nog geen 7/7-ondersteuning hebben en hier door de verminderde draagkracht van hun netwerk dringend nood aan hebben (6 miljoen).
  2. Jongvolwassenen met een beperking die ouder dan 21 jaar zijn en nog ondersteuning krijgen vanuit het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) voor minderjarigen en nood hebben aan continuering van die ondersteuning als meerderjarige. Hun ondersteuning wordt omgezet in een persoonsvolgend budget zodat zij die ondersteuning ook als volwassene gegarandeerd krijgen. Op die manier komt er in het aanbod minderjarigen ruimte vrij voor intensieve zorgvragen van kinderen en jongeren met een beperking.
  3. Personen die om objectiveerbare redenen in een noodsituatie verkeren (7,8 miljoen euro).
  4. Personen met een snel evoluerende aandoening (spoedprocedure; bijna 7 miljoen euro).
  5. Personen in een situatie van maatschappelijke noodzaak (10,1 miljoen euro).
  6. Verhoging van persoonsvolgende budgetten die obv een vertaling van een vroegere vraag op de ‘centrale wachtlijst’ werden ter beschikking gesteld (1,6 miljoen euro).
  7. Er wordt ook een extra inspanning geleverd voor personen met een NAH (circa 2,5 miljoen euro) en geïnvesteerd in gepaste zorg voor geïnterneerde personen met een handicap (5 miljoen euro).

Daarbovenop wordt nog eens 30 miljoen euro geïnvesteerd in PVB’s voor het beantwoorden van de vragen uit de prioriteitengroepen. Ook hierbij worden de middelen in de eerste plaats aangewend voor personen voor wie de kloof het grootst is tussen wat hij krijgt en wat hij werkelijk nodig heeft.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.