Mensen met medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen kunnen soms niet langer betaald werk verrichten. Voor sommigen is ook het werk in een beschutte of sociale werkplaats te hoog gegrepen. Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin maakt voor hen middelen vrij zodat ze, op hun vraag, arbeidsmatige activiteiten (AMA) kunnen verrichten. Het gaat dan om zinvolle dagbesteding met activiteiten zoals zakken laden in de winkel, helpen op een zorgboerderij, een handje toesteken in de moestuin… In 2018 kunnen 3.300 begeleidingen gesubsidieerd worden. Dat aantal zal gradueel stijgen tot 7.750 begeleidingen in 2029.

Vanaf 1 juli 2018 kunnen mensen met medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen instappen in een systeem van arbeidsmatige activiteiten. “We werkten een regeling uit zodat mensen, die geen betaalde arbeid meer kunnen verrichten omwille van hun zorgproblematiek, op hun vraag, onbezoldigde arbeidsmatige activiteiten kunnen verrichten op een werkpost. Ze worden daarbij begeleid door een erkende begeleider - een welzijns- en zorgvoorziening, maatwerkbedrijf of onderwijsinstelling – die hiervoor een subsidie ontvangt,” aldus Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen. “Mensen met een zorgproblematiek kunnen misschien geen betaald werk meer verrichten, maar hebben wel de nood om buiten te komen, om een sociaal netwerk op te bouwen en om zichzelf te ontplooien op een werkplek. Arbeidsmatige activiteiten geeft structuur aan hun dag.”

Naar een officieel statuut
Tot voor kort was er nog geen regelgevend kader voor arbeidsmatige activiteiten. Met deze regelgeving wordt dit verholpen: de deelnemer, de begeleider en de werkpost sluiten samen een overeenkomst af waarin duidelijk is opgenomen welke taken de deelnemer opneemt en wanneer hij op de werkpost staat.
De werkpost kan een plek zijn in de publieke of social profit, maar ook in de profit sector. Op die manier kan er een passende werkpost gevonden worden voor elke deelnemer, liefst in de buurt van diens woonplaats. Arbeidsmatige activiteiten is op die manier een verwezenlijking van de vermaatschappelijking van de zorg waarbij de maatschappij zorgt voor een fijne werkpost in de buurt voor mensen die niet langer betaald aan de slag kunnen. Het kan dan evengoed gaan om handdoeken opvouwen bij de kapper, papier versnipperen bij de gemeente of de drankjes brengen in de kantine van het woonzorgcentrum.

Meer dan 1.800 arbeidsmatige activiteiten ingediend
Op dit moment hebben 148 welzijns- en zorgvoorzieningen of maatwerkbedrijven een erkenning als begeleider arbeidsmatige activiteiten. Sinds 2 juli werden er al meer dan 1.800 overeenkomsten arbeidsmatige activiteiten ingediend, vooral door voorzieningen die werken in de geestelijke gezondheidszorg: initiatieven voor beschut wonen en psychiatrische ziekenhuizen. Voorzieningen uit de verschillende provincies sprongen inmiddels op de trein. Oost-Vlaanderen, Limburg en West-Vlaanderen op kop. Elk van die provincies staat ongeveer voor 25% van de ingediende overeenkomsten.

Minister Jo Vandeurzen: “Heel wat mensen vallen uit in het reguliere economische en in het beschermde circuit omwille van een zorgproblematiek. De nood aan arbeidsmatige activiteiten zal enkel toenemen. Daarom voorzien we een graduele toename van de middelen voor arbeidsmatige activiteiten. In 2018 kunnen er 3.300 mensen begeleid worden bij het uitvoeren van arbeidsmatige activiteiten. In 2019 kunnen al 3.800 mensen begeleid worden en dit neemt toe tot 7.750 begeleidingen in 2029. In 2019 voorziet de Vlaamse Regering hiervoor 3,2 miljoen euro aan nieuwe middelen wat stijgt tot 6,5 miljoen euro in 2029.”

Vanaf 1 juli 2018 kunnen mensen ook starten aan een activeringstraject. Dit zijn kortstondige werk- en zorgtrajecten van maximaal 18 maanden voor mensen met medische, mentale, psychische, psychiatrische en/of sociale problemen die in de nabije toekomst de stap kunnen zetten naar betaald werk. VDAB beslist of iemand kan deelnemen aan een activeringstraject of niet. De trajecten worden gefinancierd door ministers Vandeurzen en Muyters. Er wordt gestart met 650 trajecten in 2018; er worden 1.100 trajecten voorzien in 2019. In 2018 voorziet de Vlaamse Regering hiervoor 1,4 miljoen euro wat toeneemt tot 2,4 miljoen euro in 2019.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.