De Vlaamse Regering heeft vrijdag 14 september 2018 het Ontwerpdecreet Geestelijke Gezondheid principieel goedgekeurd. Met dit kaderdecreet realiseert Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin een stevig fundament voor de toekomstige organisatie van de geestelijke gezondheidszorg in Vlaanderen. Het decreet omvat alle bestaande regelgeving van de sectoren in de geestelijke gezondheidszorg. Ook de krijtlijnen van het Vlaams Actieplan Geestelijke Gezondheid dat al in uitvoering is, worden daarmee definitief vastgelegd. Nieuwe concepten als netwerken, functies en programma’s, maar ook ervaringsdeskundigheid zijn in het decreet kernbegrippen.

Jo Vandeurzen: “We hebben ons niet laten afschrikken door de complexiteit van de bevoegdheden in de geestelijke gezondheidszorg en hebben intensief afgestemd met onze federale collega’s en de sector. Het decreet is geënt op een wetenschappelijke en internationale analyse van de recentste inzichten over de geestelijke gezondheid. Die werd ons aangereikt door het Steunpunt WVG en is meermaals met alle stakeholders besproken. Met dit decreet geven we handen en voeten aan onze ambities om de uitdagingen in de geestelijke gezondheidszorg aan te kunnen en de nodige omwentelingen te realiseren.”

Weg met het taboe!
Het nieuwe decreet wil de strijd tegen het stigma opvoeren. Het verhogen van de publieke kennis over geestelijke gezondheid staat in het decreet dan ook beschreven als een expliciete opdracht van alle organisaties en instellingen die met geestelijke gezondheid aan de slag gaan. Mensen met psychische problemen worden vaak met negatieve vooroordelen geconfronteerd. Het stigma zorgt ervoor dat zij bijvoorbeeld minder kansen krijgen op de arbeidsmarkt of moeilijker sociale relaties kunnen aangaan. Langs de andere kant weerhouden psychische klachten mensen ervan om hulp te zoeken.
Een betere kennis over geestelijke gezondheid is cruciaal om het stigma effectief te bestrijden. Vlaanderen heeft zo eind 2017 200.000 euro vrijgemaakt voor de uitwerking van EHBO-cursussen voor het brede publiek om psychische problemen tegen te gaan.

Het decreet maakt het bovendien mogelijk om partnerorganisaties op te richten of te erkennen die o.a. destigmatiserende methodieken ontwikkelen. Zo wordt momenteel in navolging van het Actieplan Geestelijke Gezondheid een Vlaamse Steunpuntfunctie uitgewerkt waarin o.a. Te Gek?! ingebed wordt.
Zelfzorg en ervaringsdeskundigheid als basis van een goede geestelijke gezondheidszorg
Met dit decreet wil Vlaanderen de herstelvisie die opgang maakt ook effectief implementeren. Met ‘herstel’ wordt het individueel, uniek en actief ontwikkelingsproces bedoeld dat mensen met psychische kwetsbaarheden zelf vorm geven, samen met de mensen die voor hen belangrijk zijn. Concepten als ‘zelfzorg’ en ‘zorg van mensen met psychische problemen door de omgeving (ouders, vrienden, partners, buren)’ krijgen door het decreet een duidelijke plaats in de geestelijke gezondheidszorg, conform het WHO-model dat zelfzorg als fundament van de geestelijke gezondheidszorg vooropstelt. Deze keuze houdt een hele omwenteling van de geestelijke gezondheidszorg in. De geestelijke gezondheidszorg wordt nu mee verantwoordelijk om de ‘zelfzorg’ en de ‘zorg van mensen met psychische problemen met behulp van hun context’ te ondersteunen, zonder deze zorg evenwel volledig over te nemen.

Participatie
In het decreet wordt er duidelijk voor gekozen om de ervaringsdeskundigen – mensen die het psychisch moeilijk hebben of gehad hebben – zowel in de zorg als op beleidsniveau een rol te laten spelen. De Vlaamse Regering krijgt door het decreet de mogelijkheid om initiatieven te nemen voor betaalde tewerkstelling of om ervaringsdeskundigen op vrijwillige basis in de geestelijke gezondheidszorg in te zetten.

Jo Vandeurzen: “Hun ervaringen maken dat mensen met een psychische kwetsbaarheid over een unieke vorm van kennis en expertise beschikken die we op een bewuste en slagkrachtige manier moeten kunnen inzetten in de zorg en ondersteuning van lotgenoten en hun omgeving. Hen inschakelen in de zorg, maar ook in het beleid, is een belangrijke meerwaarde in een kwaliteitsvolle geestelijke gezondheidszorg. We zien daartoe een rol weggelegd voor mensen met psychische ervaringen uit bv. zelfhulpgroepen of die een opleiding ervaringsdeskundigheid gevolgd hebben.”

Betrekken van de omgeving: ouders, partners, kinderen, vrienden, buren…
In de geestelijke gezondheidszorg van de toekomst is het cruciaal dat niet alleen met de persoon met een psychische problematiek aan de slag wordt gegaan, maar dat ook zijn gezin en sociaal netwerk ondersteund wordt. Het is vandaag niet altijd even duidelijk hoe en wanneer ouders, partners of kinderen bij een behandeltraject betrokken kunnen (of moeten) worden. Het betrekken van de omgeving van de persoon met een psychische problematiek staat nu expliciet als een opdracht voor de geestelijke gezondheidszorg in het decreet, waarvoor zij duidelijk en transparant acties moet opzetten.

Nieuw framework voor de geestelijke gezondheidszorg:

  • Netwerken geestelijke gezondheidszorg
    De geestelijke gezondheidszorg – momenteel veelal versnipperd in sectoren en overheden – moet zich organiseren in netwerken. Als eerste gemeenschap- en gewestoverheid in België realiseert Vlaanderen met dit kaderdecreet een juridische basis voor de erkenning, programmatie en samenstelling van de netwerken geestelijke gezondheid die in de schoot van de IMC Volksgezondheid zijn opgericht. Deze juridische basis is noodzakelijk om de volgende stappen in de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg te zetten. De netwerken dienen volgens het decreet zo breed mogelijk en intersectoraal samengesteld te worden om zo een ‘health in all policies’-beleid te bekomen en alle betrokken partners uit de verschillende beleidsdomeinen in de besluitvorming in te sluiten. Zo is het bv. essentieel dat CAW’s en OCMW’s, maar evenzeer sociale huisvestingsmaatschappijen en sociaal verhuurkantoren deel uitmaken van de geestelijke gezondheidsnetwerken voor volwassenen met een psychische problematiek.
  • Zorgniveaus geestelijke gezondheidszorg
    In het decreet wordt ook een onderscheid in zorgniveaus gemaakt.
    • De zelfzorg en zorg door de context zoals ouders, partners, enz. evenals initiatieven van vrijwillige en informele zorg (bv. herstelacademies) waarbij ervaringsdeskundigen en professionelen expertise overdragen over thema’s als stress en burn-out aan mensen die het psychisch moeilijk hebben.
    • De generalistische basiszorg: een laagdrempelig, toegankelijke geestelijk gezondheidsaanbod in de nabijheid van mensen. Hiertoe behoren o.a. de projecten eerstelijnspsychologische functie waarbij mensen met milde psychische klachten kortdurend, gedurende maximum een vijftal keer de psycholoog consulteren,.
    • De gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen zorg op lokaal of regionaal niveau (omwille van het veel voorkomen van problematieken als verslaving) en op supra-regionaal niveau (omwille van het minder frequent voorkomen van problematieken zoals een combinatie van gedragsproblemen, autisme en verstandelijke beperking).

Deze opdeling in zorgniveaus is noodzakelijk om ervoor te kunnen zorgen dat de zorg voor mensen met psychische problemen zoveel mogelijk georganiseerd wordt in de eigen natuurlijke omgeving. Daarnaast is het belangrijk dat steeds de meest persoonsgerichte, effectieve, efficiënte, kortdurende en minst ingrijpende zorgvorm gekozen wordt.

  • Eén taal
    Het decreet voorziet ten slotte in een eenduidige terminologie die in de netwerken gehanteerd zal worden. Essentieel is dat er niet langer gesproken wordt over sectoren en de organisatie van de zorg, maar over de inhoud van de zorg: welke zorg en ondersteuning komt wie toe? Een gemeenschappelijke terminologie over de functies (de kernopdrachten die de netwerkpartners van een netwerk uitvoeren zoals detectie, gespecialiseerde diagnostiek, behandeling, enz.) is nodig om in overleg zorg op maat en continuïteit van zorg uit te bouwen en dubbel, inefficiënt aanbod te vermijden. De functies zijn de bouwstenen van de programma’s voor mensen met bv. een crisisvraag of een langdurige zorgvraag. Deze programma’s moeten binnen de netwerken over de voorzieningen heen gerealiseerd worden.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.