Het vernieuwde woonzorgdecreet werd vandaag op initiatief van Vlaams minister Jo Vandeurzen door het Vlaams Parlement goedgekeurd. Het decreet legt de doelstellingen, de werkingsprincipes en de opdrachten vast voor de woonzorgvoorzieningen en de verenigingen voor mantelzorgers en verenigingen. Het decreet wil de levenskwaliteit van de bewoners beschermen, onder meer door de erkenningsplicht voor de initiatiefnemers te veralgemenen.

Het decreet is een grondige actualisering van het woonzorgdecreet van 2009 en kwam tot stand in intense samenspraak met de sector. Het decreet is vervlochten met het decreet Vlaamse sociale bescherming en het nog goed te keuren decreet eerstelijnszorg.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is trots: “Het nieuwe woonzorgdecreet is er in de eerste plaats voor de bescherming van de levenskwaliteit van de gebruikers van de woonzorgvoorzieningen. Zo worden de voorzieningen verplicht om open en transparant informatie te verschaffen over de aanwending van de hen toevertrouwde publieke middelen, hun organisatiestructuur, de feitelijke leiding, verwantschappen en nauwe banden met externe organisaties of personen. Elke voorziening dient ook een code deugdelijk bestuur op te maken en na te leven. Ik ben verheugd over de manier waarop we samen met alle actoren uit de sector tot dit decreet zijn kunnen komen.”

Een ingrijpende wijziging in het goedgekeurde decreet is de schrapping van de mogelijkheid van initiatiefnemers om een woonzorginitiatief enkel aan te melden bij de overheid, zonder zich te laten erkennen. Op deze manier dienden zij niet te beantwoorden aan de erkenningsvoorwaarden en ontsnapten zij aan toezicht, handhaving en prijscontrole van overheidswege. Voornamelijk bij de assistentiewoningen en de centra voor herstelverblijf heeft dit aanleiding gegeven tot verwarring en ongenoegen bij gebruikers die minder kregen dan wat hen beloofd leek. De huidige aangemelde voorzieningen krijgen de nodige tijd om zich aan te passen aan de erkenningsnormen. Wie blijft uitbaten zonder erkenning, kan zich verwachten aan financiële sancties. Waar nodig kan dit leiden tot een gedwongen sluiting.

“Door de verplichte erkenning krijgen de gebruikers, maar ook de investeerders de garantie dat een erkend initiatief beantwoordt aan de vooropgestelde kwaliteitseisen op vlak van zorg, veiligheid en infrastructuur. De initiatieven zijn ook onderworpen aan prijscontrole en toezicht door Zorginspectie”, aldus minister Jo Vandeurzen.

Om diezelfde reden beschermt de Vlaamse overheid nu ook de naamgeving van de woonzorgvoorzieningen. Alleen erkende voorzieningen zullen de naamgeving zoals opgenomen in het decreet mogen gebruiken. Zo weten gebruikers precies welke kwaliteit ze mogen verwachten van bijvoorbeeld een ‘assistentiewoning’, een ‘dienst voor gezinszorg’ of een ‘woonzorgcentrum’.

Het woonzorgdecreet heeft betrekking op de lokale dienstencentra, de diensten voor gezinszorg, de diensten voor oppashulp, de diensten voor thuisverpleging, de diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds, de diensten voor gastopvang, de centra voor dagverzorging, kortverblijf en herstelverblijf, de groepen van assistentiewoningen en de woonzorgcentra en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.