2 mei 2018

Vlaanderen legt eigen laag bovenop sociale zekerheid met Vlaamse sociale bescherming

 

Het Vlaams Parlement keurde woensdag 2 mei definitief het decreet goed over de Vlaamse sociale bescherming. Hiermee geeft het groen licht aan een van de meest grootschalige en unieke werven van deze Vlaamse Regering. Vlaanderen is een van de weinige regio’s die bovenop de federale sociale zekerheid een eigen sociale bescherming uitbouwt.
De Vlaamse sociale bescherming doet voor de financiering een beroep op de solidariteit van iedereen die in Vlaanderen woont. 4,5 miljoen Vlamingen betalen jaarlijks 51 euro (of 26 euro voor mensen met een lager inkomen). Daarmee helpen ze 300.000 Vlamingen die zorg nodig hebben.

Vlaanderen financiert voor zijn eigen sociale bescherming zelf het aanbod voor wie nood heeft aan ouderenzorg, gezinszorg, revalidatie, geestelijke gezondheidszorg of aan hulpmiddelen om zich te verplaatsen. Bovendien kan wie veel en lang zorg nodig heeft, rekenen op een zorgbudget. Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “De zorgbudgetten voor zwaar zorgbehoevenden en ouderen kennen we op termijn zoveel mogelijk automatisch toe op basis van één beoordeling van de zorgnood. Zo ontglipt niemand de tegemoetkoming waarop hij recht heeft en hoeft niemand nog herhaaldelijk zijn verhaal aan verschillende loketten te doen. Nu al is er maar één loket meer voor de zorgbudgetten, bij de zorgkas.”
De Vlaamse sociale bescherming zal stap voor stap worden uitgebouwd

1. Vandaag al krijgen meer dan 300.000 mensen een maandelijks zorgbudget waarmee ze hulp kunnen betalen. Er is een zorgbudget voor zwaar zorgbehoevende mensen, een zorgbudget voor mensen met een handicap en een zorgbudget voor ouderen met een zorgnood.

2. Vandaag gebeurt de financiering van de residentiële ouderenzorg (woonzorgcentra) nog via de betalingscircuits van voor de Zesde Staatshervorming. Vanaf 2019 zullen de woonzorgcentra hun financiering ontvangen van de zorgkassen vanuit de Vlaamse sociale bescherming die de cliënten een zorgticket verschaft op basis van hun zorgzwaarte.

3. Ook vanaf 2019 zal de Vlaamse sociale bescherming mobiliteitshulpmiddelen (zoals rolwagens en elektrische scooters) vergoeden. Voor het eerst wordt het mobiliteitshulpmiddelenbeleid volledig leeftijdsonafhankelijk. Tot nog toe kon iemand die ALS kreeg na zijn 65 jaar niet rekenen op dezelfde vergoeding als iemand die dit voor zijn 65ste  kreeg. Dat euvel wordt weggewerkt. Bovendien worden de procedures versneld en vereenvoudigd.

4. In de volgende legislatuur zal de Vlaamse sociale bescherming ook de tegemoetkomingen overnemen voor zorg en behandeling in de revalidatiesector en in dat deel van de geestelijke gezondheidszorg waarvoor de Vlaamse overheid bevoegd is.

5. Ook de Vlaamse thuiszorg (diensten voor gezinszorg) zal dan opgenomen worden in de Vlaamse sociale bescherming.
Met de opname van deze sectoren omvat de Vlaamse sociale bescherming een budget van 4,1 miljard euro.
Jo Vandeurzen, Vlaams minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Dit decreet is een historische mijlpaal voor Vlaanderen. De goedkeuring van het parlement betekent het formele startpunt van een eigen sociale bescherming voor onze regio. Met de bevoegdheden die Vlaanderen gekregen heeft in de zesde staatshervorming bouwen we aan een coherent en toegankelijk zorg- en ondersteuningsaanbod waarin Vlaanderen zelf de financiering opneemt en die afstemt op de zorgzwaarte en de zorgnoden van wie hulp nodig heeft. Behoud van autonomie en levenskwaliteit van mensen met een zorgnood zijn daarin belangrijke doelstellingen.”

Basisprincipes van de Vlaamse sociale bescherming
1. Solidariteit en financiering via zorgpremies en Vlaams belastinggeld
Wie in Vlaanderen woont, betaalt vanaf zijn 25ste elk jaar een zorgpremie aan de Vlaamse sociale bescherming. In 2018 bedraagt die voor de meeste mensen 51 euro. Meer dan 4 miljoen inwoners in Vlaanderen betalen die zorgpremie en leggen de solidaire basis voor de Vlaamse sociale bescherming. De zorgpremie betalen is meteen een voorwaarde om een beroep te kunnen doen op een zorgbudget van de Vlaamse sociale bescherming of een betaling van een mobiliteitshulpmiddel.
De Vlaamse sociale bescherming haalt het grootste deel van zijn financiering uit de Vlaamse schatkist en dus uit het belastinggeld dat iedereen in Vlaanderen betaalt.
Minister Vandeurzen: “Als je je zorgpremie betaalt, doe je twee dingen. Je draagt rechtstreeks bij tot een sociale bescherming voor wie in Vlaanderen zorg nodig heeft. En je zal er uiteraard zelf ook beroep op kunnen doen wanneer je het zelf nodig zou hebben.”

2. Zorgbudgetten en zorgtickets
Wie wat krijgt van de Vlaamse sociale bescherming, zal gebaseerd zijn op hoeveel zorg de zorgbehoevende in Vlaanderen nodig heeft. Er zijn twee onderdelen. Vooreerst zijn er de vrij besteedbare zorgbudgetten voor wie een bepaalde mate van zorgbehoevendheid heeft. Een tweede onderdeel zijn de zorgticketten waarmee men terecht kan in een voorziening. De financiering van het zorgaanbod in de Vlaamse sociale bescherming, te beginnen met de ouderenzorg, zal gebeuren op basis van het zorgprofiel van de persoon. Op basis daarvan zal  het zorgticket van de gebruiker worden berekend. Daarmee kan hij terecht bij de verschillende zorgvoorzieningen in Vlaanderen.
Minister Vandeurzen: “De historisch gegroeide regelingen op maat van voorzieningen vervangen we door een transparante financiering op maat van ieders zorgprofiel. Dat kunnen we niet van dag op dag veranderen. De eerste jaren zorgen we er vooral voor dat er continuïteit en groei is in het zorgaanbod en werken we achter de schermen aan de digitale, juridische en operationele voorwaarden om de financiering te veranderen. Belangrijk daarbij is een eerlijk en goed werkend instrument te hebben om de zorgzwaarte of zorgbehoevendheid te meten. We werken nu aan zo een nieuw instrument.”  

3. Toegankelijk en laagdrempelig
De Vlaamse sociale bescherming wil haar aanbod zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk maken, met automatische rechtentoekenning waar mogelijk. De burger krijgt via zijn zorgkas, aan wie hij zijn zorgpremies betaalt, een duidelijk aanspreekpunt dat advies en begeleiding kan bieden voor alle onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming. Hij zal niet meer moeten aankloppen bij verschillende instanties, zoals tot nu het geval was. De procedures van aanvraag en toekenning worden zoveel mogelijk gedigitaliseerd, maar er is ondersteuning voor de kwetsbare doelgroep. Ook de lokale besturen, OCMW’s en diensten maatschappelijk werk van het ziekenfonds staan de mensen bij die op zoek zijn naar hulp en advies of niet de mogelijkheid hebben om een digitale aanvraag te doen.

4. Vereenvoudiging
De integratie van het Vlaamse zorgaanbod en de zorgbudgetten in één sociale bescherming biedt kansen voor vereenvoudigingen en efficiëntiewinsten. Voorbeelden daarvan zijn het gemeenschappelijke instrument dat ontwikkeld wordt voor het meten van de zorgzwaarte. Deze zogenaamde BelRAI leidt tot een eengemaakt systeem dat de vele verschillende huidige instrumenten zal vervangen. Een ander voorbeeld is het samenbrengen van de huidige dubbele procedures voor mobiliteitshulpmiddelen in één aanvraagprocedure bij de zorgkas met korte termijnen van controle en beslissing.

>> De Vlaamse sociale bescherming eenvoudig uitgelegd:

 

Volg mij ook via

Volg mij op Flickr